Spring naar inhoud

Moeilijke man

Weer een nieuwe werkdag. Met de fiets vertrek ik door de koele zomerlucht naar het verzorgingstehuis waar ik moet schoonmaken. Onderweg bedenk ik dat ik mijn briefje met kamernummers ben vergeten en voel ik me opgelucht dat ik ze in mijn agenda heb geschreven. Één kamer blijkt een brandschoon kantoor te zijn, waar ik nog geen half uur voor nodig heb. Voor de volgende twee bewoners kom ik te vroeg of ongelegen. Dan blijft er nog één kamer over: nummer 018.

Al vanaf de eerste dag word ik voor deze bewoner gewaarschuwd. ‘Ga altijd schoonmaken als hij naar de koffie of het eten is,’ is het advies. Meneer is een moeilijke man. Hij wil geen hulp en werkt iedereen met verbale agressie de deur uit. De meeste schoonmakers vermijden hem. Wat er van waar is, weet ik niet want eerdere keren kwam ik (per toeval) inderdaad precies schoonmaken als hij even weg was. Maar nu moet ik wel en ik besluit er het beste van te maken.
Daar gaan we dan. Ik bel aan en doe de deur open. Meneer staat met een ontbloot bovenlijf  in de keuken, trekt een grimmig gezicht.
‘Wat kom je nou eigenlijk doen?!’ zegt hij met de eerste stemverheffing.
‘Ik kom bij u schoonmaken meneer!’ zeg ik vriendelijk, ‘Ik heb gisteren uw WC al schoongemaakt, en nu kom ik de rest doen.’
Een woordenwisseling volgt. Meneer zegt dat hij geen hulp nodig heeft, dat er nog nooit iemand zijn kamer heeft schoongemaakt, dat hij dat altijd zelf doet. Ik breng er tegen in dat ik al vaker ben geweest om schoon te maken, maar dat hij steeds naar het koffie-uurtje was vertrokken.
Meteen merk ik al dat deze discussie me niet verder brengt. Ik trek de stoute schoenen aan en stel voor dat ik bij de slaapkamer zal beginnen.
‘Je gaat je gang maar’ bromt meneer en voetje voor voetje – ik ben bij iedere stap bang dat hij omvalt-  schuifelt hij naar zijn stoel.
Voorzichtig loop ik de kamer binnen en begin ik met het afstoffen van de schilderijen. Meneer zit in zijn stoel en aait zijn kat.  Niet één keer moppert hij op me en wanneer ik wat vragen stel over de kat, begint hij vrolijk te vertellen.  Ik klop het salontafelkleedje uit en zet de spulletjes per ongeluk verkeerd terug. Meneer corrigeert me en zegt met een twinkeling: ‘Ik ben lastig hoor, en ook wel ondeugend.’
Ik knik, ‘dat geloof ik graag, meneer!’
Hij lacht: ‘Maar ik vind het niet erg dat jij komt schoonmaken. Ik mag jou wel.’
Ik ben verbijsterd over de situatie. Van de knorrige, bozige meneer die me aankeek toen ik binnenkwam is niets meer over. Een paar aardige woorden, een aantal geïnteresseerde vragen en de lieve man in hem komt om het hoekje kijken. Het blijkt maar weer: geen vermijding, maar toenadering. Mensen willen graag wat aandacht, een glimlach, een vriendelijk woord. Deze meneer krijgt dat niet omdat het verzorgend personeel en het huishoudelijk personeel hem hebben gestereotypeerd. Als moeilijk.
Als hij gaat koffiedrinken en voor mij uit zijn kamer uit schuifelt, blijkt het resultaat van die stereotypering.  Meneer staat nog even stil en draait zich naar me om.
 ‘Ik heb het hier helemaal niet naar mijn zin,’ zegt hij mopperig, ‘de zusters doen zo naar tegen me.’
‘Ik vond het vanochtend in ieder geval gezellig, meneer’, antwoord ik. De oude man glimlacht en is het met me eens. Dan zwaait hij en schuifelt hij de gang door, op weg naar het restaurant voor de koffie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s